cross-over

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitwisseling, overspraak o.a.:
  2. biologie (biologie) het verschijnsel dat twee homologe chromosomen stukken DNA uitwisselen
  3. (elektriciteit, interferentie) overspraak in audioversterkers, telecom (koperaders), electronische circuits
  4. het laden ineenvloeien van liedjes
  5. (ethernet) cross-overkabel
  6. speciale weg/spoor/gang/wissel in b.v. toneelpodium, spoorweg
  7. cross-over auto, met verhoogde carosserie en 4×4 aandrijving
  8. scheidingsfilter (audio)

Etymologie

* (samenkoppeling) van cross en over