cross-over
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitwisseling, overspraak o.a.:
- (biologie) het verschijnsel dat twee homologe chromosomen stukken DNA uitwisselen
- (elektriciteit, interferentie) overspraak in audioversterkers, telecom (koperaders), electronische circuits
- het laden ineenvloeien van liedjes
- (ethernet) cross-overkabel
- speciale weg/spoor/gang/wissel in b.v. toneelpodium, spoorweg
- cross-over auto, met verhoogde carosserie en 4×4 aandrijving
- scheidingsfilter (audio)
Etymologie
* (samenkoppeling) van cross en over
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek