criminaliteit

vrouwelijk (de)/kriminali'tɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) de misdadigheid, het begaan van misdaden
    De criminaliteit is de laatste jaren in het algemeen minder geworden, maar sommige vormen, zoals cybercriminaliteit zijn wel toegenomen.
    In deze woelige tijden waar criminaliteit en terrorisme aan de orde van de dag waren, was het altijd prettig om te constateren dat er iemand over je waakte.
    Deze week ging de opvoeding 's ochtends bijna uitsluitend over de gevaren van criminaliteit bij jonge jongens.
  2. de bevolkingsgroep die zich met [1] bezighoudt

Etymologie

*Van het Franse criminalité

Vertalingen

Engelscriminality, delinquency
Franscriminalité, délinquance
DuitsKriminalität
Spaanscriminalidad, delincuencia
Italiaansdelinquenza