crime
mannelijk (de)/krim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (misdaad) (verouderd) wandaad tegen regels die het algemeen belang beschermenCrime, ‘criem’, ‘mesdaet’, ‘felony’, is bovenal vergrijp tegen de maatschappij, tegen den ‘landvrede’ of openbare veiligheid, die door allen beschermd moet worden: délit, ‘mesuse’, ‘schade’, is vergrijp tegen den bijzonderen persoon.
- (figuurlijk) noodzakelijke handeling of ervaring die veel moeite en ergernis geeftDe signalen van hun laaggeletterde cursisten waren immers overduidelijk: ze vonden een bezoek aan het ziekenhuis een crime.
- moeilijkheid, ongemakDie eeuwige onzekerheid was een crime waarvoor zij zichzelf regelmatig vervloekte.
Etymologie
*van "crime"
Uitdrukkingen
- [1] crime passionnel — misdaad uit hartstocht; meestal: moord uit jaloezie op een of beide partners in een relatie door iemand die door een van hen is afgewezen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek