creosoot
/krejo'zot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- olieachtige vloeistof (steenkoolteerdistillaat) met conserverende eigenschappen
Etymologie
* In de betekenis van ‘bederfwerend middel’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Vertalingen
Spaanscreosota
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek