creoline

mannelijk/vrouwelijk (de)/krejoˈlinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dikke teerachtige vloeistof met ontsmettende eigenschappen; mengsel van cresol, olie en pyridine

Etymologie

*kofferwoord gevormd uit cresol, olie en pyridine, in de betekenis "ontsmettingsmiddel" aangetroffen vanaf 1898