creditering

vrouwelijk (de)/ˌkrediˈterɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand een bepaalde hoeveelheid geld doen toekomen
    Waar aan de onderhandelingstafel alvast een "consensus" over bestaat, is het niet-splitsen van de vennootschapsbelasting, zegt dezelfde bron. Voor de Franstaligen is dat hoe dan ook onbespreekbaar, terwijl de Vlaamse partijen hebben ingestemd met een systeem van ’creditering’.
  2. de keer dat men iets boekt aan de creditzijde
  3. de keer dat men erkent dat iemand een bijdrage aan iets heeft geleverd

Etymologie

* van crediteren