creditcard

mannelijk (de)/ˈkrɛdɪtˌkɑːrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel, economie (financieel), (economie) een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen
    Wanneer je rekening van de creditcard niet onmiddellijk betaald wordt, wordt er een hoge rente berekend.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘betaalkaart’ voor het eerst aangetroffen in 1974

Vertalingen

Engelscredit card
Franscarte de crédit
DuitsKreditkarte
Spaanstarjeta de crédito