coronadode

mannelijk/vrouwelijk (de)/koˈronaˌdodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die overleden is door besmetting met een coronavirus
    Ruim 75 procent van de coronadoden had andere aandoeningen zoals hart- en vaatziektes.
    Eerder op de dag condoleerde Rutte via Twitter al de nabestaanden van de eerste Nederlandse coronadode.