conjunctiva
vrouwelijk (de)/ˌkɔɲʏŋkˈtiva/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) oogbindvlies dat de oogbol en de achterzijde van de oogleden bekleedt
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘oogbindvlies’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Vertalingen
Spaansconjuntiva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek