conjunctie
vrouwelijk (de)/kɔˈɲʏŋksi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verbinding
- (astronomie) zodanige stand van twee hemellichamen dat ze ten opzichte van de aarde in elkaars verlengde liggen, samenstand
- (taalkunde) voegwoord
- (wiskunde) logische operator (symbool: \scriptstyle \land, &, EN of AND) die twee proposities met elkaar verbindt, zodanig dat de conjunctie van beide waar is als beide operanden waar zijn
Etymologie
*afgeleid van conjunct
Vertalingen
Engelsconjunction
Fransconjonction
DuitsKonjunktion
Spaansconjunción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek