conjunctie

vrouwelijk (de)/kɔˈɲʏŋksi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verbinding
  2. astronomie (astronomie) zodanige stand van twee hemellichamen dat ze ten opzichte van de aarde in elkaars verlengde liggen, samenstand
  3. taalkunde (taalkunde) voegwoord
  4. wiskunde (wiskunde) logische operator (symbool: \scriptstyle \land, &, EN of AND) die twee proposities met elkaar verbindt, zodanig dat de conjunctie van beide waar is als beide operanden waar zijn

Etymologie

*afgeleid van conjunct

Vertalingen

Engelsconjunction
Fransconjonction
DuitsKonjunktion
Spaansconjunción