commercie

vrouwelijk (de)/kɔ'mɛrsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) de verhandeling van goederen en diensten
    Alsof alleen landelijke voetbalteams van nationaal belang zijn en wielrenners thuishoren rond het afvoerputje van folklore. In de conservatieve wereld van de sport blijft de hiërarchie wat ze honderd jaar geleden ook was. Uiteraard gesteund door commercie. NRC Hugo Camps 2 juli 2016.

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse 'merx' (koopwaar, handel) (commercium [handelsverkeer])

Vertalingen

Engelscommerce, trade
Franscommerce
DuitsKommerz
Spaanscomercio