combineren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. door elkaar doen
    Door deze rode en witte verf te combineren krijg je roze verf.
    Onderzoekers van de Universiteit van Texas kwamen er onlangs achter dat het land waarin ouders wonen hierbij een rol speelt. Sterker nog: de mate van geluk hangt volledig af van bestaande sociale voorzieningen als het aantal vakantiedagen of betaalbare dagopvang. Gelukkiger van het krijgen van kinderen word je namelijk pas écht wanneer het combineren van werk en de zorg voor kinderen zo min mogelijk stress oplevert, aldus de onderzoekers. NRC Anne Corré 29 juni 2016
  2. tegelijk dragen
    Je kunt die trui goed combineren met je nieuwe spijkerbroek.
  3. met elkaar in verband brengen, verbinden
    Deze tomatenburger is in principe vegetarisch, maar de ingrediënten combineren - net als bij een echte hamburgerook goed met vlees of vis. NRC Sam de Voogt 25 mei 2016
    De politierechercheur combineerde alle onderzoeksresultaten en kon zo de moordenaar opsporen.
  4. sport (sport) samenspel plegen
    De spelers van Ajax konden zo snel combineren dat de tegenstander altijd te laat was.

Etymologie

*afgeleid van het Franse combiner (samenvoegen) ( ) of Latijnse bīnī (twee tegelijk, dubbel)

Vertalingen

Engelscombine
Franscombiner
Duitskombinieren
Spaanscombinar, relacionar