samenvoegen

/ˈsamə(n)ˌvuɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bij elkaar doen
    Alle ingrediënten moesten worden samengevoegd.
    De Zweedse bossen konden kant-en-klare stammen van twintig meter leveren, maar voor het werk met de palen in de rivier hadden ze de dubbele lengte nodig. Ze moesten daarom twee stammen samenvoegen om een paal van veertig meter te krijgen.

Vertalingen

Duitszusammenfügen
Spaansagrupar, conglomerar