choucroute
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃu'krut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (België) zuur gemaakte witte koolOprichter Leonard Lipp kwam uit de Elzas – van oudsher een bierstreek en daarmee bakermat van het brasseriegebeuren – en nog steeds wordt er met gepaste trots Elzasser tapbier en choucroute garnie geserveerd. Ik hield het op onderstaande eventail d’avocat et crevettes. NRC Janneke Vreugdenhil 31 januari 2008Het zag eruit als choucroute uit Alsace, maar met een soort pastaschelpen.
Etymologie
*van het Frans "choucroute"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek