zuurkool
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) fijngesneden en licht gezouten kool die enige tijd gefermenteerd isDe fazant wordt opgediend met zuurkool, spek en rookworst.
Etymologie
* In de betekenis van ‘ingemaakte wittekool’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1676
Vertalingen
Engelssauerkraut
Franschoucroute
DuitsSauerkraut
Spaanschucrut
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek