chiropracticus

mannelijk (de)/ˌxiroˈprɑktiˌkʏs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beoefenaar van een tak van de zogenoemde 'alternatieve of complementaire geneeskunde' die niet door de overheid gereguleerd of erkend wordt

Etymologie

* afgeleid van practicus

Vertalingen

Engelschiropractor