chinoiserie
vrouwelijk (de)/ˌʃinwazəˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst) kunstuiting in nagebootste Chinese stijlHet boek staat er vol mee. We vinden hier de klassieke ingrediënten van de Chinese landschapspoëzie: berg en water, bootjes, vissers, wolken, mist, paviljoenen, af en toe een kluizenaar. Ook de meer typisch Chinese attributen, die ons zo’n fijn gevoel van couleur locale en chinoiserie geven: een stenen gong, reizigerspriëlen, bamboescheuten, witte lotus, honingboombloesem, en plaatsaanduidingen als het Abrikozenboomterras en de Perzikbloesembron.De turkomanie of turquerie was overigens niet de enige oosterse mode; de contacten met het verre oosten (door de VOC) leidden ook tot de trend van de chinoiserie (zoals de voorliefde voor het porselein, dat hier te lande werd nagemaakt om als ‘Delfts blauw’ bekend te worden).
- kleingeestige, onpraktische conventieDe volgende morgen was er urenlang oponthoud bij de Scheldeingang door controle in alle betekenissen. Oude Duitse soldaten staken humorloos hun oude bayonetten in het grind. En met de papieren werd het natuurlijk helemaal chinoiserie. Thomas' humeur daalde. Eindelijk zette men koers naar Antwerpen.
Etymologie
* van "chinoiserie", in de betekenis van ‘in chinese stijl vervaardigde voorwerpen’ voor het eerst aangetroffen in 1886
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek