chinchilla
mannelijk/vrouwelijk (de)/tʃɪnˈtʃɪla/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (knaagdieren) Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.
- bont van de chinchilla
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1840
Vertalingen
Engelschinchilla
Franschinchilla
Spaanschinchilla
Zweedschinchilla
Deenschinchilla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek