chef-staf

mannelijk (de)/ʃɛfˈstɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofd van een groep leidinggevende personen (een leidinggevende van leidinggevenden)
    Trump had als „ruimhartige man” de telefoon opgenomen toen Tsai belde, zei hij in een tv-interview. „Het was een beleefdheidsgesprekje.” Dat bleek snel niet te kloppen. De bedachtzame Taiwanese president Tsai Ing-wen, geen politica die van stunts houdt, had het gesprek over economie en defensie grondig voorbereid. In die voorbereiding speelde de toekomstige chef-staf van het Witte Huis, Reince Priebus, die Taiwan goed kent, en de conservatieve denktank Heritage Foundation belangrijke rollen.NRC Guus Valk Oscar Garschagen 5 december 2016

Vertalingen

Engelschief of staff