chauffeurspet
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoofddeksel dat hoort bij het uniform van iemand die als beroep heeft een voertuig te besturen'Is deze voor de rit naar hotel Starkenborgh?' De verweerde kop met de chauffeurspet draaide haar kant op.Burgemeester Peter den Oudsten van Enschede zette woensdag de chauffeurspet op om als bestuurder van de dienstauto zijn eigen chauffeur Frank Nijhuis naar een afscheidsbijeenkomst te rijden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek