chauffeurspas
mannelijk (de)/ʃo'førspɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pas op creditcardformaat die een taxichauffeur in Nederland bij zich moet hebben als hij aan het werk is
- verplichte pas voor elke chauffeur die op een vrachtwagen met digitale tachograaf rijdt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek