chartreuse
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃɑrˈtrøzə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (drinken) een kruidenlikeur, van 130 verschillende planten, (Alpen)kruiden en specerijen, genoemd naar het kartuizerklooster in de Franse Alpen en bereid door kartuizers van de Grande Chartreuse in de buurt van Grenoble
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fijne likeur’ voor het eerst aangetroffen in 1876
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek