charter
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (oorkondeleer, diplomatiek) een bezegelde, op perkament geschreven akte
- (zelden) handvest, d.w.z. beperkte grondwet, een stuk met afspraken, gedragsregels en richtlijnenHet charter van de Verenigde Naties is als het ware de grondwet van de internationale organisatie van de Verenigde Naties
- verkorting voor charterpartij, d.i. een scheepsvrachtbrief, (lucht)bevrachtingsovereenkomst
- verkorting voor chartervlucht, d.i. een vliegtuig dat speciaal voor deze gelegenheid is gehuurdEen charter is meestal veel goedkoper dan een lijnvluchtBovendien zaten de charters naar de nieuwe bestemmingen stampvol.
Etymologie
* [4] Leenwoord uit Engels charter ‘een schip afhuren bij vrachtovereenkomst’.
Vertalingen
Engelscharter, charterparty, charter flight
Franscharte, charte-partie, vol charter
DuitsCharta, Chartervertrag, Befrachtungsvertrag
Spaanscarta, contrato de fletamento, chárter
Italiaansstatuto, contratto di noleggio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek