brief

mannelijk (de)/brif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. communicatie, letterkunde (communicatie), (letterkunde) een (traditioneel op papier) geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
    Je moet nog een brief naar Tessa sturen.
    Er worden steeds minder brieven geschreven sinds er e-mail is.
    'En nou heb ik bij Quick thuis een brief gevonden die is geadresseerd aan een zekere Olive Schloss, een toelatingsbrief voor de Slade School of Art.

Etymologie

* Middelnederlands ‘geschrift, oorkonde’, ontwikkeld uit laat-Oergermaans *brēva- ‘brief, document’, ontleend aan Volkslatijns *brēve, gesubstantiveerd uit klassiek Latijn brevis ‘kort’. De oorspronkelijke betekenis was dus "korte (schriftelijke) mededeling".

Uitdrukkingen

  • Dat geef ik je op een briefjeIk kan je met zekerheid zeggen dat het zo is

Vertalingen

Engelsletter, epistle
Franslettre
DuitsBrief
Spaanscarta, epístola
Italiaanslettera
Portugeescarta
Japans手紙, てがみ, tegami
Turksmektup
Poolslist
Zweedsbrev
Deensbrev