cetaceeën

meervoud/ˌsetaˈsejə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. infraorde van grote, in het water levende zoogdieren,
    Ondanks tientallen hulpverleners en jachtopzieners zijn op het Zuid-Australische eiland Tasmanië in 24 uur meer dan 130 vastgelopen cetaceeën (walvisachtigen) omgekomen. Slechts een dozijn hulpeloze dieren kon worden gered.

Etymologie

*uit het Latijn

Vertalingen

Engelscetaceans