cementvloer

mannelijk (de)/sə'mɛntflur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een (onafgewerkt) vloeroppervlak gemaakt van cement
    Ze kreeg pijn doordat ze de hele dag op de cementvloer van de winkel liep en ze had het ene paar Engelse wandelschoenen na het andere geprobeerd zonder dat het hielp.
    De jongens gingen ervandoor, maar werden even later door de politie gevonden. Er werden ook voetstappen gezien in de nog natte cementvloer. Twee weken geleden waren ook al hakenkruizen gekrast in woningen in aanbouw in Stadshagen.