catastrofe

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een algemene ramp
    Wat een catastrofe!
    Het was Karl die de catastrofe veroorzaakte, maar het moet worden gezegd dat hij het onmogelijk had kunnen voorzien.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grote ramp’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Vertalingen

Engelscatastrophe
Franscatastrophe
DuitsKatastrophe
Spaanscatástrofe
Italiaanscataclisma
Poolskatastrofa, kataklizm