casanova
mannelijk (de)/ˌkazaˈnova/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- man die veel vrouwen verleidtHij keek me aan met de ogen van een casanova.
Etymologie
*(eponiem) van "Casanova" "Nieuwenhuis", dat verwijst naar de 18e-eeuwse Italiaanse avonturier , geschreven met een kleine letter volgens ; in de betekenis van ‘vrouwenversierder’ voor het eerst aangetroffen in 1968
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek