carpoolstrook
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑrpuːlˌstrok/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) rijstrook voor voertuigen met meerdere passagiers die samen carpoolen
Etymologie
* Samenstelling van de werkwoordstam van carpoolen en strook
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek