campingstoel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een eenvoudige, opklapbare stoel die men tijdens het kamperen gebruiktMaar wat nou als daar precies op dit moment de nieuwe NSIJ wordt geformeerd? Bier en sterkedrank op campingstoelen en een reusachtige wapenopslag in het woonhuis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek