cacaoboom

mannelijk (de)/kɑˈkʌʊbom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een boom waarvan uit de vruchten de cacao wordt gewonnen
    De cacaoboom werd vroeger tot de plantenfamilie Sterculiaceae gerekend.

Vertalingen

Engelscacaotree
Franscacaoyer
DuitsKakaobaum
Spaanscacaotero, árbol de cacao