burgerkleren

meervoud/ˈbʏrɣərˌklerə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) gewone kleding in plaats van een uniform
    Die wrede reputatie zorgde ervoor dat mannen als Kadhim bij de komst van IS hun uniform uittrokken nog voor er een schot was gelost. „We wisten dat IS eraan kwam”, zegt Kadhim. „Het moreel was erg laag. We hebben burgerkleren aangetrokken en we hebben de kazerne verlaten.”

Vertalingen

Engelsplainclothes
Fransvêtements de ville