burgerdochter

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een meisje dat geboren is in de deftige burgerstand
    Deze Gerardus Herckenrath had zich na zijn huwelijk met de Amsterdamse burgerdochter Alida Milius als dokter gevestigd in het Westland, destijds 'een oord van ongekende schoonheid' vlak onder hofstad Den Haag.
    Zou het wel ooit voorheen gebeurd zijn dat een Hollandse burgerdochter een rol in de grote wereld van Parijs heeft gespeeld? Etta Palm spreekt vier vreemde talen als haar eigene, zij is enorm belezen en heeft zelf een paar boeken geschreven, ze is muzikaal en weet de harp behoorlijk te bespelen, ze heeft schilderstalent en maakt bevallige stillevens .