burgemeestersvrouw

vrouwelijk (de)/bʏrɣə'mestərsfrɔu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de echtgenote van een burgemeester
    'Ons nichtje heeft besloten hier voorlopig te blijven,'zei de burgemeestersvrouw.
    De leider van het kartel werd eerder al gearresteerd en heeft inmiddels bekend dat hij de burgemeester heeft omgekocht. Volgens hem is echter niet hij, maar de burgemeestersvrouw de leider van de criminele bende.