bulldog
mannelijk (de)/ˈbuldɔːk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soort Britse vechthondEen dierenarts heeft de 8-jarige bulldog eind april laten inslapen, omdat ademhalingsproblemen waarmee de hond kampte steeds erger werden. Daarna zijn bloedmonsters naar het laboratorium gestuurd. Daar is het virus niet aangetoond, maar de antistoffen wel. Het is niet zeker of de ademhalingsproblemen door corona werden veroorzaakt.
- persoon die niet opgeeft in een strijdIn The New York Times wordt de juriste door een oud-cliënt omschreven als "een bulldog in de rechtszaal". Rotunno verdedigde al tientallen mannen in zaken over seksuele misdrijven. Ze verloor er maar één. Om haar hals hangt tijdens een van de eerste zittingen in het proces tegen Weinstein een gouden kettinkje met de woorden 'Not Guilty'.
Etymologie
* uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek