buitmaken

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met geweld in beslag nemen
    De piraten hadden een Iraans schip buitgemaakt.
    De affaire lijkt over te waaien, totdat duidelijk wordt dat bij de kraak ook de namen en privéadressen van enkele topambtenaren werden buitgemaakt, die daarna onder medeverantwoordelijkheid van Duyvendak werden gepubliceerd in het Amsterdamse krakersblad Bluf!, vergezeld van de oproep om ‘hun rust te verstoren’.

Vertalingen

Engelsplunder, rob
Spaanspillar, robar