buitenvrouw
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bijzit, maîtresse
Etymologie
* Leenwoord uit het Surinaams-Nederlands, in de betekenis van ‘elders wonende bijzit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1971
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek