buitenstaander

mannelijk (de)/ˈbœytə(n)ˌstandər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die niet bij de groep hoort
    Voor een buitenstaander is carnaval maar een raar feest.
    De ondernemer wordt niet gecorrigeerd als hij foute beslissingen neemt en bij zijn vertrek ontstaat intense onrust. Moet zijn opvolger uit de familie komen? Of kan het een buitenstaander zijn? Zakelijke overwegingen en emoties kunnen de interne verhoudingen gemakkelijk ontwrichten. NRC 13 juni 2016
    Het toeval wilde dat er geen buitenstaanders waren ingestapt.

Etymologie

* van buitenstaan

Vertalingen

Engelsoutsider
Franstiers, personne extérieure
DuitsAußenseiter
Spaanspersona de fuera
Italiaansesterno