buitenmuur

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muur aan de buitenkant van een gebouw
    In de buitenmuur was een houten poort, waarvan hij het hangslot opende.
    Aan de buitenmuur is een plaquette te lezen met een versregel van oud-gevangene Anthonie Donker: "Gedenk hun laatste gang door deze poort. Hun leven voor vrijheid en voor recht gegeven. Zet hun strijd voort."

Vertalingen

Engelsouter wall