buikpotige
mannelijk (de)/bœykˈpotəɣə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor dieren uit de klasse , waartoe de slakken behorenDe wijngaardslak is een buikpotige.Zo wordt een onooglijk beestje, een buikpotige die niet loopt maar zich voortsleept en zijn slijmerige lijf verbergt in een fraaie schelp, ook zonder die schelp een lust voor het oog, door de magische toets van Leo Man in 't Veld.
Etymologie
*: "buikpotig" met de uitgang -e
Vertalingen
Fransgastéropode
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek