brugklas
vrouwelijk (de)/ˈbrʏxklɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs) eerste klas waarin een leerling terechtkomt die van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs gaatVolgens De Graaff is van Engels best een kernvak te maken met 15 procent van de lestijd. Maar dan moet de brugklas aansluiten op het niveau dat ze hebben gehaald. „Er zijn lesplannen die voorschrijven hoe je vanaf groep 1 of groep 5 het programma kan invullen. Uitgeverijen spelen daarop in.”Maarten Huygen NRC 31 mei 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek