brugjaar

onzijdig (het)/'brʏxjar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) (Nederland) beginjaar van de middelbare school waarin leerlingen die later naar verschillende onderwijstypen gaan nog bij elkaar in de klas zitten
    Ik besprak op school in het fietsenhok met al mijn klasgenoten uit het tweede brugjaar welke leerlingen van vrouwelijke kunne én leraressen met behulp van deze wonderbril onderwerp van ‘studie’ zouden kunnen worden. Tubantia 14 november 2013 [https://www.tubantia.nl/gerben-kuitert/google-glass-kan-veel-maar-niet-door-kleren-kijken~a43360ee/ Google Glass kan veel, maar niet door kleren kijken]
  2. overbruggingsjaar in het algemeen
    Vlaanderen deed tot nu moeilijk omdat studenten in Nederland een masterdiploma psychologie kunnen behalen na vier jaar studie, terwijl je voor een Vlaams diploma psychologie vijf jaar moet studeren. Het Nederlands diploma psychologie wordt volgens het akkoord gelijkgesteld met het Vlaamse diploma arbeidspsychologie. 'Iemand met een Nederlands diploma kan meteen aan de slag in jobs waarvoor een master arbeidspsychologie, een master psychologie of een master tout court wordt gevraagd', zegt minister Frank Vandenbroucke. Als die Nederlandse student een master klinische psychologie wil behalen, moet hij wel een brugjaar met een stage volgen. De Standaard 29 april 2009 (fvg) [http://www.standaard.be/cnt/5b29kv6v Grensgeschil over psychologie van de baan]
    Het brugjaar vormt een flinke hindernis, de slaagkansen ervan zijn niet al te groot. De Standaard 17 september 2004 (ej) [http://www.standaard.be/cnt/gup8re7o "Volwaardige partner van de universiteit"]

Vertalingen

Engelstransitional class, transition year