bries
mannelijk/vrouwelijk (de)/bris/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) zachte frisse windEr was een heerlijk verkoelend briesje dat kwam van zee.‘s Lands grootste doordeweekse wielertoertocht werd onder prima weersomstandigheden verreden, al stelde de stevige bries de conditie van menig deelnemer behoorlijk op de proef. Tubantia Wim Goorhuis 16-05-19 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/hel-van-twente-met-de-wind-vol-op-de-kop~aa8bb82c/ Hel van Twente met 'de wind vol op de kop']Het enige wat u moet weten, is dat de openslaande deuren naar het terras niet goed sluiten. In het geval dat er een stevige bries staat, zou ik u suggereren een stoel tegen de deuren aan te plaatsen.
- verbond (Jiddisj)
- besnijdenis
zelfstandig naamwoord
- verbond (Asjkenazisch Hebreeuws)
Etymologie
*(n): van בְּרִית (briet) "verbond" (Asjkenazisch Hebreeuws)
Vertalingen
Engelsbreeze, bris
Fransbrise
DuitsBriese
Spaansbrisa
Italiaansbrezza
Portugeesbrisa
Russischветерок, бриз
Arabischنسيم
Poolsbryza
Zweedsbris
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek