brenger
mannelijk (de)/'brɛŋər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die naar een ander toegaat om hem iets te geven; iemand die zorgt dat iets bij een ander komtHenk Kok deed later vooral het schaatsen voor de radio, maar ondanks de vele Oranje-successen die hij begeleidde, ben ik nooit los gekomen van al die nederlagen in het Oosterpark. Henk Kok is voor mij de eeuwige brenger van het slechte nieuws. Tubantia 26-11-13 [https://www.tubantia.nl/overig/henk-kok~a87b7ad4/ Henk Kok]Het is een realiteit die niet ver afligt van de beschrijvingen uit de soldatenbrief in het Verzetsmuseum. Het tot in 1949 hardnekkig toepassen van primitieve methodes, zoals het in de hens zetten van kampongs en 'kopschotten', door onze brengers van vrede en orde, doet je afvragen waarom met onderzoek gewacht wordt. Het Parool THOM HOFFMAN 26 NOVEMBER 2015 [https://www.parool.nl/opinie/-nederlands-geweld-in-indie-vraagt-om-een-onderzoek~a4195719/ 'Nederlands geweld in Indië vraagt om een onderzoek']
Etymologie
* van brengen
Vertalingen
Engelsbringer, bearer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek