brengen
/ˈbrɛŋ.ə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven'Monsieur Point was erg goed in marketing. In die tijd lieten veel mensen zich vervoeren door een chauffeur. Hij beloofde de chauffeurs een gratis maaltijd als ze hun baas naar zijn restaurant zouden brengen, zegt Henriroux.Het was nog donker toen Jack arriveerde om mij met zijn auto naar de Mexicaanse grens brengen.Hij brengt altijd slecht nieuws.
Etymologie
:Oost: : briggan
Uitdrukkingen
- naar buiten brengen — publiceren
- De klad erin brengen — Het slechter gaan
- Een vriendelijk gezicht brengt overal licht. — een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan iemand die nors is
- Iets aan de man brengen — iets verkopen
- Iets aan het licht brengen — iets bekend maken wat verborgen is
- Iets op het tapijt brengen — over een onderwerp beginnen (te praten)
- Leven in de brouwerij brengen — waar het rustig is activiteit brengen ofwel: meer vrolijkheid en drukte inbrengen
- Niets dan lege briefjes hebben in te brengen — geen beslissingen mogen nemen dan lege briefjes
Vertalingen
Engelsbring
Fransapporter
Spaansllevar
Poolsprzynosić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek