breien
/ˈbrɛijə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennenEr wordt hard gebreid aan je trui.
- (inerg) (sport) eindeloos met de bal combineren zonder tot een goede aanval te komen.Er werd gebreid van de ene naar de andere kant. Vervolgens mogen ze van geluk spreken dat er drie punten worden behaald. [http://www.twentesport.com/voetbal/fc-twente/fc-twente-sc-herenveen-1-0-0-0-analyse-door-robert-ten-wolde/ {{Aut|Robert ten Wolde
- (inerg) (wiskunde) een notatiefout maken bij het rekenen. De fout bestaat eruit dat twee berekeningen met gelijktekens aan elkaar worden geplakt, terwijl er in feite niet elke keer sprake is van gelijkheid aan beide kanten van het teken.Neem het getal 17, tel er 3 bij op en vermenigvuldig het resultaat vervolgens met 2 Foute uitwerking met
Etymologie
*van Middelnederlands "breiden"
Uitdrukkingen
- Iets in 't gelijk breien
- Iets recht breien — fouten herstellen waarna alles weer in orde is
Vertalingen
Engelsknit
Franstricoter
Duitsstricken
Spaanstejer, hacer punto de aguja
Italiaanssferruzzare
Russischвязать
Poolswiązać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek