brandstof
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbrɑntstɔf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnenWaterstof heeft de toekomst als energiebesparende brandstof.Voedsel is brandstof voor het lichaam.{{ouds
- stof tot nadenkenHet was te veel brandstof, vliegtuigbrandstof zou je kunnen zeggen, voor mijn fantasie, wedijverend met mijn vader, de ambassadeur en wedstrijdzwemmer.
Vertalingen
Engelsfuel
Franscombustible, carburant
DuitsTreibstoff
Spaanscombustible, comburente, carburante
Italiaanscombustible
Portugeescombustíveis
Russischтопливо
Japans燃料
Koreaans연료
Poolspaliwo
Zweedsbränsle
Deensbrændstof
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek