woorden
boek
Start
›
B
›
bouwvakantie
bouwvakantie
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
collectieve vakantie in de zomer voor alle bedrijven in de bouwsector
Synoniemen
bouwvak
bouwverlof
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bouwvak
bouwvakarbeider →