boutade
vrouwelijk (de)/bu'tadə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- min of meer geestige uiting van ongenoegen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geestige overdrijving’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Fransboutade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek