bosklas
vrouwelijk (de)/ˈbɔsklɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een- of meerdaagse al dan niet educatieve klas- of schooluitstap naar bos- of natuurrijk gebiedIn België spreken ze van bosklassen terwijl dat in Nederland een werkweek of schoolkamp wordt genoemd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek